Nederlandse Publieke Omroep

De Nederlandse televisie en radio kunnen worden opgedeeld in 2 verschillende groepen. Je hebt de publieke omroepen, en de commerciële omroepen. Dit systeem wordt in wel meer landen gebruikt, en het werkt omdat er op verschillende manieren radio en televisie gemaakt kan worden. Voor een programma op de NPO (Nederlandse Publieke Omroep) is het minder belangrijk hoeveel winst erop een programma gemaakt wordt dan voor een programma op de commerciële oproepen. Hoe dit kan, zullen we hieronder uitleggen.

Voorbeelden omroepen

Bijna elk Nederlands gezin beschikt wel over een televisie. De kans is dan ook groot dat je weet dat je, afgezien van de digitale tv-zenders, ongeveer 30 kanalen hebt op de kabel. De eerste 3, NPO 1, 2 en 3, zijn alle drie publieke zenders. Deze zenders worden slechts gebruikt door publieke omroepen. We zullen een aantal publieke omroepen noemen, die op het moment van schrijven actief zijn.

● NOS
● AVROTROS
● BNN-VARA
● EO
● KRO-NCRV
● VPRO
● PowNed
● WNL

Deze zenders hebben allemaal recht op zendtijd op een publieke zender, zowel op de radio als op de televisie. In principe mag iedereen een publieke omroep starten, maar je moet uiteraard wel voldoen aan een aantal eisen. Zo moet je minimaal 50.000 leden hebben voordat je mag beginnen. Na het eerste jaar moet dit aantal zijn doorgegroeid tot 100.000. Deze leden moeten allemaal betalen voor hun lidmaatschap, een eenmalige betaling is genoeg. Als je aan deze eisen voldoet, krijg je subsidie van de overheid. Hoe meer leden, hoe meer subsidie, en hoe meer zendtijd.

Financiering

Dan zijn we ook gelijk bij de financiering van de publieke omroepen. De salarissen, programma’s en andere kosten van een publieke omroep worden namelijk allemaal betaald door de staat, en dus ook door de belastingbetaler! Dit is een van de redenen waarom het een publieke omroep wordt genoemd. De omroep moet voor iedereen met een tv bereikbaar zijn, want ze betalen eraan mee.

Ledenomroep versus Taakomroep

Er moet wel een aanvulling worden gegeven met betrekking tot de subsidies voor de omroepen. Er is namelijk nog een verschil tussen een taak- en een ledenomroep. Een ledenomroep krijgt geld op basis van het aantal leden. Dit terwijl de taakomroepen een taak hebben gekregen van de overheid. Zij krijgen een vast bedrag, en in ruil daarvoor moeten ze voldoen aan een aantal eisen van de overheid. Zo heeft de NOS bijvoorbeeld de taak gekregen om nieuws en sport te verslaan. De ledenomroepen hebben meer vrijheid, zij mogen uitzenden wat ze willen, zolang ze maar genoeg leden krijgen (en de wet niet overtreden).

Verschil commerciële zenders

Bij de commerciële zenders gelden al deze dingen niet. Deze zenders worden geleid als een bedrijf, en zijn vaak buur gebaseerd op marktwerking. Krijgt een programma op een zender genoeg kijkers, en zijn er hierdoor genoeg reclame-inkomsten, dan mag een programma blijven bestaan. Als dit niet het geval is, is de kans groot dat het programma wordt geschrapt.