Politiek in Nederland

Politiek is een van de belangrijkste onderdelen van een land. Hier worden de wetten bedacht, gemaakt en uitgevoerd. Er zijn meerdere politieke systemen in de wereld, en ze hebben allemaal hun zwakken en hun sterke punten. In Nederland kennen wij een vrij uniek politiek stelsel. De basis van het stelsel, de parlementaire democratie, komt vrij veel voor. Toch heeft bijna elk land dat over dit stelsel beschikt een andere invulling bedacht. Op deze pagina zullen we de details van het politieke systeem in Nederland verder toelichten.

Grondwet

De grondwet bepaalt een groot deel van het politieke stelsel in Nederland. In deze wet staat precies vastgelegd waar de macht ligt in ons land. De grondwet geld voor het hele Koninkrijk der Nederlanden. Hier vallen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten dus ook onder. Om de grondwet, en dus de ook het politieke stelsel, aan te passen, dient er een grondwetswijziging te worden ingediend. Deze moet twee keer door beide kamers gaan, met de tweede keer tenminste een tweederdemeerderheid. Na de eerste keer meerderheid wordt het kabinet ontbonden, en worden er nieuwe verkiezingen uitgeschreven.

Politieke Instituties

Het Nederlandse politieke stelsel bestaat uit meerdere politieke instituties. We zullen de belangrijkste hiervan even op een rijtje zetten, zodat er een duidelijk overzicht is van hoe het systeem in elkaar zit.

● Koning
● Kabinet
● Staten-Generaal
● Rechtssysteem
● Raad van State
● Decentrale overheden

Monarchie

Alhoewel de koning formeel geen macht heeft, is Nederland volgens de grondwet wel degelijk een constitutionele monarchie. De houdt in dat Onze koning of koningin wettelijk gezien het staatshoofd is, en ook deel uit maakt van de regering. Geen wet is geldig, totdat deze is ondertekend door de koning. Tot het jaar 2012 had de koning of koningin een belangrijke rol in het formatieproces van een nieuw kabinet. Hij was de officiële formateur. De ministers worden nog steeds benoemd door de koning.

Kabinet

In Nederland worden de woorden kabinet en regering vaak door elkaar gehaald. Toch is er een belangrijk verschil tussen de twee termen. De regering bestaat uit de koning en alle ministers. Het kabinet wordt echter gevormd door alle ministers en staatssecretarissen. De koning maakt dus geen deel uit van het kabinet. Ministers staan aan het hoofd van een ministerie. Zo heb je bijvoorbeeld een Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ministerie van Volksgezondheid. De staatssecretaris staat als het ware direct onder de minister.

Staten-Generaal

De Staten-Generaal is een andere term voor het parlement. De Nederlandse Staten-Generaal bestaat uit de Eerste en de Tweede Kamer. De 1e Kamer heeft 75 leden, en de 2e Kamer heeft er 150. Elke wet moet zowel met een meerderheid worden goedgekeurd door de 1e, als de 2e Kamer. Ook kunnen beide kamers ministers tot de orde roepen.

De 2e kamer heeft alleenrecht op het indienden van wetsvoorstellen en veranderingen. Dit gebeurt met zogenaamde moties. De 1e kamer heeft vooral als taak het controleren van wetsvoorstellen van de 2e kamer. Zo wordt er gekeken of de wetsvoorstellen niet in strijd zijn met andere verdragen, afspraken, of met bijvoorbeeld de grondwet. Ministers kunnen zoals gezegd ondervraagd worden door beide kamers. De ministers zijn verplicht om alle vragen van beide kamers te beantwoorden.

De 2e kamer wordt gekozen op basis van directe vertegenwoordiging. Elke vier jaar worden er 2e Kamerverkiezingen gehouden. Iedereen van boven de 18 mag stemmen op een persoon binnen een partij. Na het tellen van het totaalaantal stemmen wordt bepaald hoeveel stemmen je nodig hebt voor een zetel. Dit gaat compleet evenredig. Er wordt niet gewerkt met kiesdistricten of iets dergelijks. Na de verkiezingen begint het formatieproces. In dit proces proberen een aantal partijen tot overeenkomst te komen over het formeren van een kabinet. Een stabiel kabinet beschikt vaak over een (ruime) meerderheid.

De leden van de Eerste Kamer worden op een andere manier gekozen. Dit gaat via een getrapt systeem. De verkiezingen voor de Provinciale Staten vormen de basis van de benoeming van de Eerste Kamer. Op basis van proportionaliteit wordt de 1e Kamer gekozen.

Poldermodel

Het Nederlandse systeem berust voor een groot deel op het Poldermodel. In Nederland werken we heel erg veel met dit model. Een iets formelere naam hiervoor is ‘pacificatiepolitiek. Omdat we in Nederland werken met een meerpartijenstelsel, zouden we zonder het idee van het maken van concessies niet kunnen regeren. Het meerpartijenstelsel is in Nederland aanwezig omdat we werken met een relatief lage kiesdrempel. Een kiesdrempel is een soort punt waar partijen overheen moeten, voordat ze in de 2e Kamer kunnen komen. In sommige landen moet je bijvoorbeeld 10% van de stemmen halen voordat je een zetel hebt.

In Nederland is dit dus niet zo, en kan het dus voorkomen dat er een aantal partijen in de Kamer zitten, die slechts 1 zetel hebben. Dit heeft automatisch het gevolg dat het voor de grotere partijen praktisch onmogelijk wordt om een meerderheid te halen in hun eentje. In de meest recente verkiezingen, in 2017, was het zelfs onmogelijk (door de PVV) om met 3 partijen een meerderheid te behalen. Je kunt je wel voorstellen dat er tussen partijen grote verschillen bestaan. Voor het maken van een regeerakkoord zal er dus heel veel moeten worden overlegd.

Dit overleggen wordt dus in de volksmond ook wel ‘polderen’ genoemd. Het kan dus voorkomen dat er akkoorden worden gesloten tussen rechtse en linkse partijen. Door concessies te doen om bepaalde vlakken, kunnen er overeenkomsten worden bereikt. Dit heeft als direct gevolg dat het erg lastig wordt in Nederland om een heel ‘extreem’ beleid te krijgen. Een volledig rechts kabinet is niet realistisch, en volledig links ook niet. Zo zullen de tegenstellingen in ons land nooit erg groot worden.

Het voordeel is dus de politieke stabiliteit, maar het nadeel is dat het heel lastig kan worden om een kabinet te formeren. Om nogmaals terug te keren bij de verkiezingen van 2017, een kabinet maken leek in het begin een onmogelijke missie. Toch is het mogelijk om met veel overleggen en vergaderen standpunten te vergelijken en aan te passen.